Mark Bugajski, Middelburg - Super dagfondspecialist!

Mark Bugajski uit Middelburg maakt sinds 2010 een grote opmars in de duivensport en met name op de dagfond blinkt hij erg uit. Zonder andere liefhebbers tekort te doen, vindt hij de andere vluchten veel minder belangrijk. Hij wil tijd hebben voor zijn gezin, mooie vakanties en andere leuke dingen. Een heel jaar de hobby met een gespannen boog beoefenen, is aan Mark niet besteed. Van de dagfond begint zijn hart sneller te slaan en op deze vluchten doet hij er alles voor om er echt te staan. Met ongeveer een tiental duiven, zorgt hij er iedere dagfondvlucht weer voor dat hij in de kop van de uitslag terug te vinden is. Meerdere asduiven, teletekstduiven en mooie kampioenschappen op de dagfond staan inmiddels op zijn palmares. Mark laat zien dat je met weinig duiven, een kleine accommodatie en zonder slaaf te zijn van je duiven uitstekend mee kan komen met de provinciale en zelfs nationale top. In 2017 wist hij 2e dagfondhok van Zeeland te worden en Nationaal vonden we Mark terug op de 12e plaats. 

Hoe het begon

Mark begon, zoals zovelen in zijn jeugd, met een paar sierduiven in een sinaasappelkistje. Toen had Mark al een onderzoekende houding en was hij erg benieuwd wat er uit een meeuwtje keer een Hollandse kropper zou komen. Hij was zo ongeduldig, dat hij na 14 dagen het eitje ging pellen en uiteraard overleefde het jong het niet. Deze houding zien we nu nog steeds terug, want naast vliegen vindt Mark kweken nog steeds erg mooi. Dat Mark het vaak bij het goede einde heeft, blijkt wel uit de vele referenties die hij heeft en de asduiven die hij al heeft gekweekt.

Als je duiven hebt, dan gebeurt het al snel dat er postduiven gelokt worden en blijven hangen. Nadat Mark het ouderlijk huis verliet, stopte hij met duiven en ging zijn vader door met de duivensport. Grappig detail is, dat de geschiedenis zich later weer herhaalde. Mark vond een prachtig huis in Middelburg en toen zijn zoon het huis verliet, ging Mark op zijn beurt weer door met de duivensport.

De fusie

De ledenaantallen van De Scheldevliegers uit Vlissingen, De Telegraaf uit Middelburg en De Luchtbode uit Middelburg begonnen erg terug te lopen en er werd besloten samen te gaan als een  nieuwe vereniging. De nieuwe naam werd PV De Combinatie en het werd een bloeiende vereniging met in het begin bijna 85 leden. Het betekende wel dat er een grote groep toppers tegen elkaar ging spelen en de concurrentie werd en is nog steeds moordend. Mark besloot dat hij meer wilde dan alleen maar een beetje meevliegen en wilde de strijd aangaan met mannen als Koen Minderhoud, Gijs Baan, Hans Daane, (wijlen) Ko Marteyn, Peter Borremans, etc. Mark is van mening dat het erg verstandig is om als kleine club te fuseren. Het werk in de club kan verdeeld worden, de concurrentie wordt groter en uiteindelijk profiteert iedereen daarvan.

2010 als kantelpunt

Mark was een echte genieter en zette zijn duiven alleen in de club. In het samenspel en in de afdeling deed hij nooit mee, want daar had hij toch de kwaliteit niet voor was zijn mening. In 2009 ving Mark een duif op van Fred La Brijn uit Zoetermeer. De duif kwam ’s avonds aan en Mark belde Fred netjes op. Fred stapte direct samen met zijn vrouw in de auto en kwam de duif ophalen. Hij vertelde Mark dat het echt een super duif was en nam hem weer mee naar huis. Een paar weken later zag Mark ineens een prachtige duif landen en dit was dus weer die opvanger. Mark belde Fred, maar die had geen zin om weer helemaal naar Middelburg te rijden en omdat de duif het in Middelburg blijkbaar meer naar zijn zin had, werd het eigendomsbewijs opgestuurd. Mark speelde de duif direct op Pommeroeul als invliegduif, omdat de duif nog geen chip om had. Op zaterdag kwam daar ineens als een komeet deze opvanger naar beneden en zou het de eerste van de club geweest zijn.

Het kwartje was bij Mark nog steeds niet gevallen en ook in 2010 werden de duiven alleen in de club gezet. Toen korfde Mark de opvanger in op Ruffec en op een loeizware dagfondvlucht, vloog deze duif ruim vooruit. Het zou de eerste provinciaal zijn en op de voorlopige uitslag staat deze duif ook als vluchtwinnaar. Helaas had Mark de duif niet gezet en ging de overwinning naar Koen Minderhoud. Vanaf dat moment zag Mark dat het dus wel degelijk kon op zijn hok en dat hij zich helemaal wilde specialiseren op de dagfond. De duif werd gedoopt tot ‘The Boss’ en vloog hierna nog fantastisch.

Daarnaast is het een topkweker gebleken. Hij werd (groot)vader van vele topduiven, met in het bijzonder ‘Maxima’ , ‘Morlincourtje 062’ en ‘Ties’. Uit ‘The Boss’ kwamen ook al 1e prijswinnaars en asduiven in samenkweek met duiven van Koen Minderhoud, Gijs Baan, Ko Marteyn, Hans Walhout en vele anderen. In 2017 stond er een kind uit ‘Maxima’ (Dochter ‘The Boss’) Bij de eerste 3 provinciale asduiven natour.

‘Maxima’

4. Prov. Orleans 3.023 d.
11. NPO Chateauroux 2.227 d.
11. NPO Ruffec 1.813 d.
18. Prov. Pithiviers 6.340 d.
24. Prov. Pointoise 5.127 d.
25. NPO Chateauroux 2.628 d.
31. Prov. Lorris 5.095 d.
47. Prov. Souppes 6.043 d.

‘Ties’

3. NPO Issoudun 3.644 d.
4. Quievrain 8.177 d.
11. Prov. Pointoise 5.149 d.
19. NPO Chateauroux 2.794 d.
34.
NPO La Saoutteraine 2.711 d.
44. NPO Limoges 2.086 d.

'The Boss'

'Ties'

Stamopbouw

De kolonie van Mark Bugajski is opgebouwd uit de volgende lijnen:

‘De Boss’ - Fred La Brijn
‘Maxima’ - ‘De Boss’ x ‘Gebr. Scheele’
‘Ties’ - ‘Maxima’ x ‘K. Minderhoud’
2 jongen ‘Lucky’ 515 - Ronald en Louis Traas (ook vader van de beroemde Happy- H. Melis)
‘192’ van Gebr. Scheele (jongen hieruit 6x 1e prijswinnaar en vele toppers) uit de lijn van ‘Superboy’, ‘666’ en ‘Super 002’  

 Systeem

De vliegduiven worden na de laatste vlucht direct gescheiden en komen na het seizoen regelmatig buiten. Er wordt gekeken naar het weer, maar bij goed weer mogen ze lekker een rondje vliegen. Mark kijkt niet naar de trainingsduur, want het is een vrijwillige training om de spieren goed los te houden. Duiven de hele winter binnen laten zitten, is volgens Mark niet goed en zorgt voor blessures en te dikke duiven. Uiteraard moet dit wel kunnen, want tegenwoordig hebben heel veel mensen last van roofvogels.

De duiven worden rond 20 januari gekoppeld. Mark is tegenstander van winterkweek, omdat het onnatuurlijk is en ook omdat je enorm lang bezig bent met de jongen, voordat het seizoen eindelijk begint. Na het kweken gaan de duiven op weduwschap en mogen ze iedere dag trainen. Dit gebeurt volledig vrijwillig en er wordt niets aan gedaan om de duiven op te jagen. Natuurlijk ziet Mark het liefst dat zijn duiven hard trainen, maar veel trainen is nog geen garantie voor goed presteren. Als je in het hok komt, moeten de duiven gezond zitten. Witte neuzen, poeder op de pennen, levendig en mooi strak moeten ze zijn. Als je duiven dit hebben, dan zit het meestal wel goed.

Voor het seizoen worden de duiven, als het weer en de tijd het toelaat,  ongeveer twee keer opgeleerd. Het gaat dan niet om de afstand, maar om het gegeven dat de duiven de mand weer even leren kennen en zich moeten oriënteren om de weg naar huis te vinden. Mark brengt ze meestal naar ’s Gravenpolder, wat zo’n 25 kilometer is. In het seizoen worden de duiven niet meer opgeleerd.

Totaal weduwschap is het spel dat Mark speelt. Ook al heeft hij een behoorlijke tuin, hij wil geen groter hok dan de 6 meter die hij nu heeft. Dit betekent dat hij geen ruimte heeft voor allerlei thuisblijvers en dat alles mee moet op de vluchten. De duivinnen zitten op een aparte afdeling met schapjes en als er een duivin vervelend wordt, dan wordt deze naar het jonge duivenhok verplaatst. Met 10 doffers en 10 duivinnen weet hij geweldig te presteren. Voor het seizoen maakt hij een dagfondploegje van 10 duiven en een vitesse/midfond ploeg van 10 duiven. De laatste dagfondvlucht gaan alle duiven mee.

De oude duiven worden niet verduisterd of bijgelicht. Op de laatste dagfondvlucht staan de duiven nog prima in de pennen. Verduisteren en bijlichten heeft wel zin als je natour speelt, maar dan is Mark vaak op vakantie. De dagfond is het hoofddoel en als ze op de andere vlucht goed komen, dan is dit alleen maar een bonus.

Voeding

Mark is een onderlegd persoon, maar allerlei verschillende voersystemen vindt hij allemaal maar te ingewikkeld. Dat veel melkers opvoeren, afvoeren, etc. vindt Mark totaal niet nodig. Een duif weet prima wat die nodig heeft. Zo’n systeem van opvoeren zorgt alleen maar voor slordigheden en daarom heeft Mark gekozen voor een soort voer wat ze zowel na als voor de vlucht krijgen: Premium Vlieg van Matador. Dit krijgen alle duiven die meedoen aan de wedvluchten.

Als de verdere vluchten komen, dan voert Mark pinda’s bij. Op de vraag hoeveel pinda’s dat ongeveer zijn, kon Mark alleen antwoorden dat ze zoveel eten als dat ze lusten. Erg veel dus!

Bijproducten

Qua bijproducten heeft Mark in het verleden testen gedaan. De duivinnen kregen, buiten grit en mineralen om, geen bijproducten en de doffers kregen wel bijproducten voorgeschoteld. Mark zag totaal geen verschil en is dus gestopt. Mark heeft een kleine kolonie en dan hoef je niet op een paar centen te kijken, maar als het totaal niets toevoegt, worden de bijproducten niet gegeven.

Medisch

Zoals eerder genoemd, vindt Mark het belangrijk dat duiven levendig zijn. Iedere melker weet wel hoe een gezonde duif er uit hoort te zien en als dit niet zo is, dan moet je naar een dierenarts gaan. Mark is al jaren niet meer bij een dierenarts geweest, omdat zijn duiven eigenlijk altijd goed zitten. Een duif die regelmatig in elkaar zit, is geen duif die je medisch op moet lappen. Wat gaat zo’n duif je brengen in de toekomst? Selecteren moet je naast de gezondheid, vooral selecteren op basis van prestaties. Zo heeft Mark al jaren niet meer (behoudens een kort geelkuurtje als ze op eitjes zitten) gekuurd en zijn de prestaties alleen maar beter geworden. Een trend die we bij steeds meer liefhebbers zien.

Hok

Het hok van Mark is van de firma Punt. Het hok staat op het zuiden en heeft op iedere afdeling onder een luchtinlaat van ongeveer 10 bij 10 centimeter. Hier heeft Mark een kapje voor gemaakt, zodat de wind nooit rechtstreeks het hok in kan blazen. De schuiven in het plafond worden bij storm en kou wat dichter gedaan, maar staan meestal wel een 30-40 centimeter open. Vroeger was de verluchting exact hetzelfde en presteerde Mark stukken minder en nu is hij bij de provinciale en nationale kampioenen. Iedere oplettende lezer kan dus de conclusie trekken dat het om goede duiven draait, want dat is ongeveer het enige dat veranderd is in de afgelopen jaren. Bij extreem heet weer, kunnen de ramen een stuk open gezet worden.


Kweek

Vroeger keek Mark naar de verschillende dingen, waar je volgens de keurmeesters naar moest kijken. Bouw, ogentheorie en al dat soort dingen vond Mark erg interessant. Dit leverde echter geen betere duiven op. Tegenwoordig let hij maar op een aspect: de prestatie. Niet zomaar duiven op de kweek zetten, maar echt duiven die zelf gepresteerd hebben en die bewezen hebben een goede nakweek te hebben. Mark heeft ook maar 3 kweekkoppels, maar dat zijn wel supers. In 2017 had hij ook enkele jongen die asduif werden op de midfond jong en daar kweekt hij dan ook jongen uit. Goed x goed koppelen en iedere melker zal merken dat hij vooruit gaat in de sport.


Jonge duiven

In 2016 verloor Mark erg veel jonge duiven, waren de prestaties matig en werd het wat jongen betreft een teleurstellend seizoen. Er zaten toen tegen de 30 jongen op zijn jonge duivenhok. In 2017 zaten er ook tegen de 30 jongen op zijn jonge duivenhok. Het hok was hetzelfde, het systeem was hetzelfde, de hoeveelheid was hetzelfde, de tijd van kweken was hetzelfde, kortom: alles was hetzelfde. Toch was 2016 teleurstellend en 2017 super, met diverse asduiven op de midfond. Soms is duivensport een groot mysterie en dat maakt het ook ontzettend boeiend.


De jonge duiven worden vanaf het spenen tot aan de langste dag 14 uur verduisterd. Mark doet mee met het opleerprogramma van Westkapelle. Dit betekent dat de duiven een 3-4 keer op het eiland worden opgeleerd en daarna richting België worden opgeleerd. Dit gaat erg goed en de verliezen zijn altijd minimaal. Zelf rijdt Mark niet veel met de jonge duiven en zeker niet tijdens de vluchten.

Net zoals bij de ouden, krijgen de jongen eenmalig een paramyxo enting. De duiven moeten zelf gezond blijven en anders passen ze niet in het systeem. Als de duiven coli-achtige klachten  hebben, dan worden ze lichter gevoerd en krijgen ze bij voorkeur geen medicatie. Mocht echt de hele kolonie ziek zijn, dan zal Mark uiteraard wel kuren. Medicijnen verzwakken je kolonie. Wij mensen nemen ook niet preventief medicijnen, als we gewoon gezond zijn.

 

De jongen krijgen Premium Vlieg van Matador en worden ook geleerd om wat gerst te eten. In het begin mogen de jonge duiven veel buiten zitten en daarna word ze geleerd om direct binnen te komen. Dit doet Mark door ze wat krapper te houden met gerst.

Slot

Als je de prestaties van Mark ziet, dan is dat gigantisch knap met zo weinig duiven. Het systeem is erg simpel en voor iedere duivenmelker erg goed uit te voeren. Mark is het voorbeeld dat duivensport op hoog niveau, ook hobbymatig bedreven kan worden. Specialiseren op jouw favoriete discipline en daarnaast nog veel andere dingen doen die leuk zijn in het leven. Slaaf worden van je duiven is erg gevaarlijk en gaat altijd ten koste van het gezin of andere dingen. Dit moet je absoluut willen voorkomen! Veel dingen waren voor 2010 hetzelfde, maar door de komst van een aanvlieger (De Boss) en een fusie van clubs, is het bij Mark met sprongen vooruit gegaan.


Verder vindt Markt het erg leuk om mee te denken over beleid en promotie duivensport. Maurice v/d Kruk, de voorzitter van de NPO,  heeft hij erg hoog zitten, omdat hij vernieuwend is en vooruit kan kijken. Het is erg jammer dat veel liefhebbers bij veranderingen direct hun hakken in het zand zetten. Het verleden heeft wel bewezen dat er behoefte is aan verandering in de duivensport. Wil je vooruit komen met de duivensport, dan moet je plannen gaan maken voor over 5 en 10 jaar. Mark bekijkt deze plannen met grote interesse en heeft daar goede moed in.

Patrick Noorman